Gezichtsvorm en montuur: de regel en de uitzondering

De regel: zoek contrast
Het klassieke advies is eenvoudig: kies een vorm die de tegenovergestelde vorm van uw gezicht heeft.
- Rond gezicht — een hoekig of rechthoekig montuur geeft lijn en maakt het gezicht optisch langer.
- Hoekig gezicht — een ronde of ovale vorm verzacht de kaaklijn.
- Ovaal gezicht — vrijwel alles past; hier bepaalt smaak in plaats van vorm.
- Hartvormig gezicht (breed voorhoofd, smalle kin) — onderaan iets breder of een lichte onderrand, zodat de kin niet te smal oogt.
Dat werkt, en het is meteen het enige advies dat u overal krijgt.
De uitzonderingen die vaker gelden
In de praktijk zijn er drie dingen die zwaarder wegen dan de vorm van uw gezicht.
De breedte. Een montuur dat te breed of te smal is, oogt verkeerd ongeacht de vorm. De buitenrand hoort ongeveer gelijk te lopen met de breedte van uw gezicht op slaaphoogte.
De hoogte ten opzichte van uw wenkbrauwen. De bovenrand hoort bij voorkeur net onder of langs de wenkbrauw te lopen. Een montuur dat de wenkbrauw doorsnijdt, geeft een onrustig gezicht — dat is meestal wat mensen bedoelen als ze zeggen dat een bril 'niet staat'.
Waar uw ogen zitten. Het midden van het glas hoort ongeveer op ooghoogte te vallen, iets naar boven. Zit uw pupil laag in het glas, dan lijkt de bril te groot, ook al klopt de maat op papier.
Kleur en contrast
Een montuur werkt als een lijst om een schilderij: het mag contrast geven, maar het moet niet luider zijn dan wat erin zit.
Een praktische ingang is uw haarkleur en huidtoon. Warme tinten (goud, honing, warm bruin, koraal) staan doorgaans goed bij een warme ondertoon; koele tinten (zilver, grijs, blauw, roze) bij een koele ondertoon. Zwart is streng en werkt goed bij veel contrast in het gezicht; bij een zacht gezicht is donkerbruin of grijs vriendelijker.
Wie twijfelt: houd het montuur bij het gezicht en kijk naar uw ogen in plaats van naar de bril. Trekt de bril de aandacht weg van uw ogen, dan is hij te sterk.
Wat u meeneemt naar de winkel
Ga niet met een lege agenda en wel met twee dingen: uw laatste brilrecept en iemand die eerlijk is. Uzelf in een spiegel beoordelen is lastig, omdat u zonder bril juist minder scherp ziet — precies op het moment dat u wilt kijken.
Neem uw huidige bril mee, ook als hij versleten is. Aan de maten en aan de slijtplekken ziet een opticien meteen hoe hij bij u zit en wat er beter kan.
En ga liever niet aan het eind van een lange dag. Uw ogen zijn dan moe, en een oogmeting op dat moment geeft eerder een iets te sterke uitkomst dan een die de rest van het jaar klopt.
Waarom passen boven mode gaat
Elk seizoen is er een trend, en elke trend past een deel van de gezichten. Grote hoekige monturen ogen prachtig op een lang gezicht en overheersen een klein gezicht volledig.
Probeer daarom altijd twee monturen die u zelf niet zou kiezen. In vrijwel elke winkel blijkt er één bij te zitten die beter staat dan uw voorkeur — precies omdat u naar het rek keek en niet naar uw gezicht.
En maak foto's. In de spiegel ziet u uzelf gespiegeld en van dichtbij; op een foto ziet u wat anderen zien, en dat scheelt verrassend veel.

