De drie getallen in de poot: uw brilmaat lezen

Waar u ze vindt
Aan de binnenkant van de linkerpoot staat meestal iets als 52▫18 140. Drie getallen in millimeters, en samen zeggen ze meer over of een bril past dan welke productfoto ook.
- 52 is de breedte van één glas, gemeten op het breedste punt.
- 18 is de brugbreedte: de afstand tussen de twee glazen, dus het stukje dat over uw neus valt.
- 140 is de lengte van de poot, van scharnier tot het uiteinde achter het oor.
Soms staat er nog een vierde getal of een letter; dat is een modelcode van de fabrikant en zegt niets over de maat.
Waarom die getallen zwaarder wegen dan de vorm
Een montuur dat één of twee millimeter te breed is, zakt. Niet meteen, maar na een uur, en dan schuift u hem de hele dag terug. Dat is geen kwestie van gewenning maar van maatvoering.
De totale breedte van een bril is ruwweg twee keer de glasbreedte plus de brug, plus de dikte van het montuur. Bij 52▫18 komt u dus op ongeveer 122 tot 128 millimeter, en dat moet passen bij de breedte van uw gezicht op slaaphoogte.
De eenvoudigste ijking: neem een bril die u prettig vindt zitten en lees zijn maten. Zoek daarna binnen ongeveer twee millimeter van die getallen. Dat werkt aanzienlijk beter dan zoeken op 'model dat mij staat'.
De brug doet het meeste werk
Van de drie getallen wordt de brugbreedte het vaakst genegeerd, terwijl die bepaalt of een bril blijft zitten. Te smal en de bril staat te hoog en knelt op de neusrug; te breed en hij zakt continu, hoe u de pootjes ook afstelt.
Vrouwen hebben gemiddeld een iets smallere neusbrug dan mannen, en veel unisexmonturen zijn daar te ruim voor. Monturen met verstelbare neuspads lossen dat op — die kan de opticien millimeters bijstellen.
Bij een vaste kunststof brug kan dat niet. Daar moet de maat vanaf het begin kloppen, en dat is precies waarom online kopen bij kunststof monturen risicovoller is.
Uw pupilafstand
Naast de drie maten in de poot is er nog één getal dat bij het glas hoort: de pupilafstand, vaak afgekort als PD. Dat is de afstand tussen het midden van uw pupillen, in millimeters, en hij bepaalt waar het optische midden van elk glas komt te liggen.
Klopt die niet, dan kijkt u door een deel van het glas dat daar niet voor bedoeld is. Bij lichte sterktes merkt u dat nauwelijks; bij sterkere glazen geeft het vermoeide ogen of hoofdpijn zonder aanwijsbare reden.
De PD staat niet in het montuur maar op uw brilrecept, en wordt per oog gemeten omdat gezichten zelden symmetrisch zijn. Vraag erom als u online bestelt; zonder dat getal is elke bestelling een gok.
Pootlengte en waar hij drukt
Een poot van 140 millimeter is gangbaar; 145 en 150 bestaan ook. Te kort en de bril drukt achter het oor; te lang en hij glijdt naar voren omdat er niets tegenhoudt.
De bocht hoort net achter het oor te beginnen, niet erop. Zit die op de verkeerde plek, dan is dat vaak bij te stellen — bij metaal altijd, bij kunststof met warmte en alleen door iemand die dat vaker doet.
Een test: kantel uw hoofd naar voren en kijk naar de vloer. Blijft de bril zitten, dan klopt de combinatie van brug en poten. Zakt hij, dan zit het probleem bijna altijd in de brug en niet in de poten.

